Stealing From God - Frank Turek
Gelezen: ‘Stealing from
God’ – Frank Turek - ISBN 978-1-61291-701-6
We leven in een
geseculariseerde maatschappij waar het atheisme en materialisme hoogtij vieren.
Succes en materiële rijkdom lijken de belangrijkste doelen in het leven. Christenen
die nog wel geloven in een bovennatuurlijke wereld worden veelal weggezet als
niet redelijk of zelfs dom. Het is voor Christenen van levensbelang dat ze
weten wat ze geloven én waarom hun geloof hand in hand blijkt te gaan met de wetenschap
en goede filosofie.
Vragen omtrent:
· De oorzaak van het begin van het heelal;
· de orde en natuurwetten in het universum;
· het mysterie van het leven op aarde en het feit
dat leven informatie (genetische code) nodig heeft om succesvol te kunnen
reproduceren;
· het bewustzijn;
· Is goed of slecht een subjectief begrip of moet
moraal en ethiek een absoluut referentiepunt hebben om überhaupt te kunnen
bestaan;
· waar komen de de wetten der logica vandaan, die
wij allen (bewust of onbewust) gebruiken om te kunnen communiceren en te
redeneren? Komen die wetten voort uit slechts materie (stof) of zijn ze
immaterieel (onstoffelijk)?
Wat verklaart de ultieme werkelijkheid
beter: het atheisme (er is geen bovennatuurlijke god) of theisme ( er is wel een
bovennatuurlijke God, Schepper van hemel en aarde)? Dat is de belangrijkste
vraag in het leven. Als God namelijk niet bestaat is in principe alles
geoorloofd. Er bestaan dan geen morele wetten met God als absolute Wetgever aan
wie rekenschap verschuldigd is. Bewustzijn en moraliteit zijn dan slechts biochemische
illusies van je fysieke brein. Als God wél bestaat, dan kunnen we maar beter wel
luisteren naar zijn Wil.
Atheisten zetten zich vaak
af tegen een verwrongen godsbeeld vergelijkbaar met de goden uit oude tijden zoals
Zeus of Apollo. De Christelijke God is geen geschapen of fysieke God. Hij
overstijgt het gehele universum. De God van de Bijbel is zelfbestaand, oneindig,
onstoffelijk, tijdloos, ruimteloos, almachtig, altegenwoordig, alwetend,
onveranderlijk, heilig en persoonlijk. De Bron en Onderhouder van ons
universum.
Atheisten beseffen veelal
niet dat hun argumenten tegen God en voor het materialsme (het fysieke
universum is de enige en ultieme werkelijkheid) gebaseerd zijn op
uitgangspunten die zich filosofisch en logischerwijs niet laten afleiden
vanuit hun eigen hun geloofssysteem.
Nu meer over de wet van de Causaliteit. Er zijn twee opties: óf ons universum kwam uit het niets óf Iemand heeft het geschapen. De reguliere wetenschap (zelfs atheistische wetenschappers) zijn inmiddels tot de conclusie gekomen dat er een begin moet zijn geweest van ons vierdimensionaal universum. Het universum bestaat uit ruimte (3 dimensionaal:lengte/breedte/diepte), materie/energie en de chronologische tijd (dimensie 4). Atheisten hadden gehoopt dat het universum eeuwig en stabiel zou zijn. Daarmee zou de vraag wie de wereld geschapen heeft, overbodig worden. Echter, ons universum heeft een begin en dijt verder uit in de ruimte. Middeleeuwse filosofen kwamen al tot die conclusie, nl. zou het universum eeuwig zijn, dan zou je oneindig één dag in de tijd terug kunnen rekenen echter nooit op dag 1 uitkomen. Zo zou je ook vooruit gerekend nooit op vandaag kunnen uitkomen. En toch zijn we vandaag hier en nu aangekomen. Dat betekent dus dat er ook een dag 1 moet zijn geweest. Er is dus een onderscheid tussen een denkbeeldig oneindig en een feitelijk oneindig. Als we dus weten dat het universum een begin heeft en we ervan uit mogen gaan dat elk begin een oorzaak moet hebben (de wet der causaliteit) dan mogen we er gevoeglijk van uitgaan dat de oorzaak van het begin van het universum per definitie buiten de ruimte, de tijd en materie moet liggen in een hogere dimensie, aangezien tijd, materie en ruimte zichzelf niet kunnen verklaren. Ook weten we dat enkel personen keuzes maken om te creëeren en dat deze Persoon hoogst machtig en intelligent moet zijn, gezien de enorme omvang van het heelal en de complexiteit van het leven op aarde. Zo is het ook beschreven in Genesis1: ‘In het begin schiep God de hemel en de aarde’. Dit is het grootste wonder aller tijden. Alle andere wonderen naderhand, staan niet in verhouding tot dit wonder van de Schepping. Zelfs Aristoteles wist het al in zijn tijd: ‘uit niets, komt niets’. En ‘niets’ definiërde hij gekscherend als ‘datgene waar rotsen over dromen’. Ook eist men wel eens een bewijs voor het bestaan van God. Echter, men beseft dan niet dat men dan een zgn. categorische fout begaat, nl. het is per definitie onmogelijk om met natuurlijke middelen de bovennatuurlijke werkelijkheid te bewijzen. Dat is zoiets als ‘appels met peren’ vergelijken. Om de wet der causaliteit te betwijfelen staat gelijk met het betwijfelen van virtueel alles wat we weten van de werkelijkheid, inclusief ons vermogen om te redenenen en om wetenschap te beoefenen. Alle argumentatie, al het denken, alle wetenschap en alle aspecten van het leven zijn afhankelijk van de wet der causaliteit. Als atheisten de Noodzakelijke Oorzaak (God) van het universum in twijfel trekken, moet er toch een oorzaak zijn waarom ze het zgn. cosmologisch argument proberen te ontkennen?
Vandaag meer over Reason; de rede/rationaliteit of het gezonde verstand. Het punt van dit hoofdstuk is niet dat argumenten voor atheisme falen, maar dat elk redelijke argument voor elk mogelijk onderwerp faalt als atheisme waar zou zijn. De rede en logica zijn onmisbaar in ons dagelijks leven. We gebruiken het om onze eigen gedachtes te ordenen en in onze communicatie naar anderen. Het gezonde verstand is alleen maar gezond als het gefundeerd is in de wetten der logica ook wel genoemd de basisprincipes van kennis. Deze basisprincipes zijn zelfbestaand, niet-reduceerbaar, universeel en objectief waar. Zoals de wet van de non-contradictie; twee tegengestelde zaken kunnen niet tegelijktijd waar zijn. Zou je deze wet toch willen ontkennen, dan dien je de wet van de non-contradictie te gebruiken, nl. het ene is waar is en het andere is dat dan per definite niet waar. Het punt is dit: als atheisme waar zou zijn, en alle rede, bewustzijn, gedachtes en ideëen enkel door je materiële/fysieke brein worden voortgebracht, dan bestaat er geen immateriële waarheid of werkelijkheid. Concepten als waarheid, leugen en alle argumenten/ideëen laten zich dan reduceren tot enkel biochemisch stofjes (illusies) voortgebracht door je fysieke brein. Ook het idee dat de mens een vrije wil heeft, bestaat dan helemaal niet. De mens is dan een voorgeprogrammeerde automaat die enkel reageert op zijn omgeving. Dat is een onleefbare en zelf-destructieve levensvisie (reductio ad absurdum). De wetten der logica, die wij allemaal bewust of onbewust gebruiken, zijn geen menselijke conventies, maar niet-materiële, objectieve waarheden onafhankelijk van de menselijke subjectieve perceptie. Mensen veranderen, maar de logica blijft dezelfde, zoals ook de wetten van de natuurkunde en wiskunde onveranderlijk zijn. Elk debat veronderstelt een objectieve waarheid. Zelfs de stelling dat er geen absolute waarheden zouden zijn, maar dat alles subjectief/relatief zou zijn, lijkt een absolute waarheid te veronderstellen. Waar komen de rede en de wetten der logica vandaan en waarom bestaan ze? Wetenschap kan ze niet uitvinden aangezien de wetenschap de rede moet gebruiken om überhaupt wetenschap te kunnen uitoefenen. Logica is er gewoon. Ze is tijdloos, ruimteloos, immaterieel en overanderlijk. Ze is gegrondvest in een tijdloos, ruimteloos, immaterieel en onverandelijk Wezen. Wetten komen van wetgevers. Het gezonde verstand zegt dat er een objectieve externe werkelijkheid bestaat buiten ons die dingen bevatten waarvan we kennis van kunnen verkrijgen middels onze zintuigen, onze rede en bewustzijn. Het bewustzijn kan die werkelijkheid begrijpen omdat ze gebouwd is door de Bron van de waarheid, de rede en werkelijkheid. Atheisten argumenteren tegen God middels de door God gegeven rede. Je geest is iets compleet anders is dan je fysieke brein. De cellen van je lichaam en je hersenen sterven voordurend af en vernieuwen zich continue terwijl je persoonlijkheid dezelfde blijft. Jouw gedachtens zijn doelgericht met een bepaalde intentie. Materie is niet doelgericht (statisch) en kan enkel reageren op omstandgheden. Je geest kan echter redeneren en verschillende keuzes maken goed of slecht (moraliteit). Wetenschappelijk onderzoek toont zelfs aan dat je met je gedachtes je hersenen kunt veranderen. De volgende keer meer over informatie en doelgerichtheid.
Nu meer over informatie/doelgerichtheid.
Het leven heeft informatie nodig om te kunnen leven: zgn. DNA informatiecode. Een vierletterige
specifieke instructiecode om een cel succesvol en levensvatbaar te kunnen laten reproduceren. Mocht er
één code van de vier anders staan, dan is dat vrijwel altijd fataal = dodelijk (irreducible specified
complexity). De zwaartekracht laat de sneeuw naar beneden komen, maar de zwaartekracht zal nooit
jouw naam doen spellen in de sneeuw. We weten allemaal dat specifieke informatie alleen van
(intelligente) personen afkomt. Jouw genetisch materiaal bevat specifieke informatie. Elk mens is uniek!
Elk oog, elke oorlel, elke vingerafdruk is uniek. Eencellig leven (zoals een amoebe) heeft specifieke DNA
informatie in zich van omvang ca. 1000 encyclopedieën. Om te geloven dat toeval de oorzaak is, is het
hetzelfde als te geloven dat een bibliotheek ontstaan is vanuit een explosie in een drukkerij. Toeval is
slechts een woord zonder scheppingskracht. Mutatie en natuurlijke selectie kunnen alleen plaatsvinden
indien de genetische informatie reeds aanwezig is. Het woord selectie impliceert al dat er iets (informatie)
te selecteren valt. De vorming van lichaamsdelen vindt niet plaats door DNA informatie binnen in de cel,
maar door zgn. epigenetische informatie buiten de cel. Epigenetische informatie bepaalt of een wezen
bijvoorbeeld een kat of een hond wordt. Langzaam muteren van het ene naar het andere soort is
onmogelijk omdat het leven dan afsterft vanwege 99.999% schadelijke mutaties. Alle informatie moet
meteen goed staan! Leven is ook doelgericht. Een zaadje van een appelboom zal altijd tot een specifieke
appelboom leiden, nooit tot een perenboom. Dat is de intentie/doelgerichtheid van het leven. Waar
komt die orde en doelgerichtheid van elke cel toch vandaan? Zeker niet vanuit de chaos en willekeurige
natuurlijke selectie zoals atheïsten beweren. Wat je niet hebt, kun je namelijk niet geven!
Ongelovigen eisen vaak eerst een bewijs voor alvorens in God te willen geloven. Echter vragen om
fysiek bewijs van de bovennatuurlijke wereld is een zgn. categorische logische fout van de eerste orde
(zoiets als vragen om een getrouwde vrijgezel). Fysiek bewijs leveren van niet-fysieke (bovennatuurlijke)
zaken is per definitie onmogelijk. God zal nooit een wonder doen geschieden om een atheïst te
overtuigen. Het leven bevat al genoeg wonderen in zich. De enige manier om doelgerichtheid weg te
verklaren is om het eenvoudigweg te ontkennen. Maar ontkenning van de doelgerichtheid / intentie is
juist bevestiging ervan omdat ze blijkbaar de intentie hebben om te ontkennen. Atheïsten schrijven
boeken vol met die strekking (intentie) om informatie en intentionaliteit niet aan een intelligente schepper
toe te schrijven. Een lagere complexiteit kan enkel door een hogere intelligentie voortkomen. Wat je niet
hebt kun je nl. nooit geven.
